U bent hier:
(N.B. De onderwerpen die besproken worden in Pre-productie zijn belangrijke aspecten van het ontwikkelen van een website. Er zijn echter geen richtlijnen die betrekking hebben op deze onderwerpen. Deze hoofdstukken zijn voornamelijk bedoeld om belangstellenden een beeld te geven van de minder technische aspecten van website-ontwikkeling. Enkele best practices worden ook aangegeven.)
Onder doelstelling wordt verstaan het gewenste eindresultaat. Als een website een oplossing is voor een probleem - een middel om ergens te komen - dan betreft de doelstelling datgene wáár men uiteindelijk wil komen. 
Een concept is een abstract idee, geformuleerd op basis van specifieke voorbeelden en gebeurtenissen. Een concept is echter niet hetzelfde als een idee. Terwijl een idee één enkel denkbeeld betreft, bevat een concept meerdere denkbeelden en ideeën. 
Informatie-architectuur is het proces van het organiseren, labelen en structureren van informatie. 
Het ontwerp van een site is de vertaling van de doelstelling in een visuele oplossing. Bij de beoordeling van een ontwerp gaat het niet zozeer om ‘mooi of lelijk’, als om de mate waarin het aan de doelstelling voldoet. 
De noodzaak van een goede planning voor een project lijkt vanzelfsprekend. In de praktijk blijkt het lastig om te voorzien waar van tevoren zoal over moet worden nagedacht. 
De scheiding tussen structuur en vormgeving en het principe van gelaagd bouwen. 
Webstandaarden zijn richtlijnen voor het toegankelijk en duurzaam bouwen van websites. 
HTML wordt wijdverspreid toegepast op het web als een manier om inhoud in tekstdocumenten te structureren. Deze structuur wordt ‘markup’ genoemd. Beschrijvende markup is HTML zoals het oorspronkelijk bedoeld was: het geven van structuur en betekenis aan de inhoud. 
Links verbinden het ene document met het andere. Het wordt steeds lastiger voor webgebruikers en zoekmachines om de informatie achter een link te vinden. 
Voor websites waarbij uitwisselbaarheid van informatie van belang is, stimuleert het gebruik van open standaarden de communicatie tussen de zender en ontvanger van informatie. 
De HTML-code van elke webpagina bestaat uit enkele hoofdelementen, die op hun beurt ook weer elementen bevatten. Dit hoofdstuk richt zich op de vraag wat de noodzakelijke hoofdelementen van een toegankelijke webpagina zijn, en op de volgorde en het gebruik van deze elementen binnen HTML-documenten. 
Afbeeldingen zijn, na ‘gewone’ tekst, het meest voorkomende informatiemiddel op het web. Hier onstaan ook de meeste toegankelijkheidsproblemen. Dit hoofdstuk gaat over het schrijven van teksten die als alternatief dienen voor bezoekers die geen afbeeldingen zien. 
Links (hyperlinks) vormen de draden in het web; ze maken het de bezoekers mogelijk met één muisklik van de ene pagina naar de andere te springen. 
Het W3C heeft CSS (Cascading Style Sheets) geïntroduceerd voor het vormgeven van een HTML-document. CSS fungeert als zogenaamde ‘stijlsjablonen’, waarmee de weergave van elementen in een browser kan worden bepaald. 
Het gebruik van kleur bij websites lijkt op het eerste gezicht een vormgevingskwestie. De toegankelijkheid van een website staat of valt met het vermogen van bezoekers om het verschil tussen voorgrond en achtergrond te zien. 
Net als in andere media, worden tabellen in websites gebruikt voor het samenhangend weergeven van informatie. Op het web heeft zich, vanwege beperkte technische mogelijkheden tot vormgeving, nog een toepassing van tabellen ontwikkeld: tabellen voor het bepalen van de visuele presentatie – de lay-out – van een website. 
Frames zijn een techniek om meerdere pagina’s binnen één browservenster te presenteren. In het venster worden via een zogenaamde frameset-pagina secties gereserveerd waarin afzonderlijke pagina’s worden geladen. 
Formulieren komen in allerlei variaties op het web voor: formulieren voor informatievergaring (contactformulieren, enquêtes), zoekfuncties, navigatie en speciale scripttoepassingen. Bij alle formulieren staat dat interactie met de bezoeker centraal. 
Client-side script is de term voor ‘programma’-routines die worden uitgevoerd aan de kant van de ‘client’, in de browser van de bezoeker. DOM (Document Object Model) geeft scripttalen de mogelijkheid om HTML-elementen te manipuleren. 
Webontwikkelaars zullen soms worden geconfronteerd met de vraag naar meertalige versies van een website. Dit hoofdstuk gaat in op links naar de taalvarianten en hoe talen worden aangegeven in de HTML-markup. 
‘Karaktercodering’ (character encoding) is een term voor een mechanisme dat achter de schermen van vrijwel elk digitaal document plaatsvindt. Het vertelt een computer uit welke karakters (letters, cijfers, punctuatietekens, enzovoort) een document is opgebouwd.
Vooral bij websites die veel informatie bevatten, moeten webontwikkelaars ervoor zorgen dat ze kunnen worden geprint. 
Veel bezoekers zullen op een webpagina terechtkomen via een zoekmachine. 
Metadata is kort gezegd informatie over informatie. Metadata beschrijft karakteristieken van informatie zoals de inhoud, kwaliteit en conditie van informatie. 
RSS staat voor Rich Site Summary (door sommigen betwist als Really Simple Syndication). RSS-syndicatie is een methode om de inhoud van een website te delen en distribueren.
Gebruiksvriendelijkheid staat voor het onderzoeken gebruiksgemak. Gebruiksvriendelijkheid van websites heeft alles te maken met de manier waarop gebruikers omgaan met applicaties, en dan vooral met de gebruikersinterface, de (grafische) voorkant van de website.
‘Contingency design’ is het ondervangen en voorkomen van foutscenario’s. Dit zijn situaties waar bezoekers op de website in de problemen komen. Contingency design biedt bezoekers hulp om de problemen op te lossen. 
De broncode van HTML-pagina’s, scripts en dergelijke kan soms gecompliceerd worden. 
De laatste testfase geeft de ontwikkelaar de gelegenheid om nog een keer uitgebreid door de site heen te lopen en de site inhoudelijk te controleren. 