U bent hier:
Voor het opmaken van woorden en regels staat de webontwikkelaar en contentbeheerder een breed repertoire aan elementen ter beschikking. Hier volgen de belangrijkste.
Vaak worden woorden die nadruk verdienen in een tekst cursief of vet gezet. Er zijn voor dit visuele effect twee voor de hand liggende elementen in HTML; het i (italics) element en het b (bold) element. Deze elementen stroken echter niet met het markeren van betekenis in de tekst. Een als cursief gemarkeerde selectie, <i>belangrijk!</i>, zegt niet veel meer dan dat de tekst cursief is en niet dat de tekst nadruk heeft.
“Although they (HTML-elementen voor font stijlen, zoals
ienb, sic.) are not all deprecated, their use is discouraged in favor of style sheets.”
Twee betekenisvolle elementen vormen een beter alternatief: het em (emphasis) element en het strong element. Gebruik deze elementen wanneer een tekst nadruk verdient, <em>belangrijk!</em> of sterke nadruk verdient, <strong>zeer belangrijk!</strong>. Naast het feit dat een grafische browser deze tekst standaard cursief en vet weergeeft, kan een spraakbrowser deze tekst met nadruk voorlezen.
Gebruik het em (emphasis) en strong element voor het aangeven van nadruk.
Richtlijn R-pd.3.5
Het gebruik van het i en b element is niet verboden. Zo komen ze van pas bij het toepassen van bepaalde stijlconventies, zoals het markeren van scheepsnamen, dier- en plantensoorten en anderstalige begrippen.
Het refereren naar een bron gebeurt via een andere methode, het cite element. Zie hiervoor Referenties en citaten.
Afkortingen kunnen worden gemarkeerd door middel van het abbr (abbreviation) element. Het is geaccepteerd dat alleen de eerste keer dat een afkorting zich voordoet deze in een tekst voluit gemarkeerd wordt:
<abbr title="Christen-Democratisch Appel">CDA</abbr>
Iedere volgende keer dat die afkorting op dezelfde pagina voorkomt, volstaat eenvoudigweg <abbr>CDA</abbr>. Gebruik deze markup niet zonder meer voor iedere afkorting; men mag aannemen dat programma’s die de webpagina lezen bekend zijn met algemene Nederlandse afkortingen. Gebruik abbr markup wanneer er onduidelijkheid zou kunnen ontstaan over een afkorting, de afkorting een zeer belangrijke rol speelt in de tekst of wanneer de afkorting niet voorkomt in het Nederlands woordenboek.
Gebruik het abbr (abbreviation) element voor afkortingen indien er onduidelijkheid zou kunnen ontstaan over de betekenis ervan, de afkorting een zeer belangrijke rol speelt in de tekst of wanneer de afkorting niet voorkomt in het Nederlands woordenboek.
Richtlijn R-pd.3.6
abbr markupHet gebruik van dit element heeft enkele valkuilen. Een belangrijk gegeven is dat deze markup niet een vervanging is voor het ‘normaal’ uitschrijven van een belangrijke afkorting.
De meeste bezoekers zullen niets aan deze markering hebben: het abbr element wordt niet ondersteund door Microsoft Internet Explorer, de browser die door de meeste bezoekers gebruikt wordt.
Browsers die het wel ondersteunen onderlijnen een afkorting. De bezoeker zou dan de muiswijzer over de tekst moeten plaatsen om via een zogenaamde tooltip (een klein venstertje met aanvullende informatie) achter de betekenis van de afkorting te komen. Dit is veel werk, een vrijwel onbekende functie en bovendien wekt de onderlijning verwarring met links.
abbr markup dan wél goed voor?Voor zoek-spiders en aangepaste browsers die zelf overzichten kunnen genereren van gebruikte afkortingen. In een situatie die ideaal is voor zoveel mogelijk mensen, ziet een tekst er als volgt uit:
Bestuurslid R. Timmer, voorzitter van het <abbr title="Christen-Democratisch Appel">CDA</abbr> (Christen-Democratisch Appel), legde de plannen voor de komende 2 jaar aan de partij voor. Het <abbr>CDA</abbr> heeft besloten een sterke koers te varen.
“Marking up these constructs (afkortingen, sic.) provides useful information to user agents and tools such as spell checkers, speech synthesizers, translation systems and search-engine indexers.”
acronym elementEr is een alternatief voor het abbr element dat wel visueel ondersteund wordt door Microsoft Internet Explorer: het acronym element. Een acronym is echter een speciale soort van afkortingen en heeft dezelfde valkuilen als abbr. Verder is acronym uit toekomstige versies van XHTML geschrapt. Als er wordt besloten om afkortingen te markeren, dan gebruikt men het beste het abbr element.
abbr and acronym are for user agents not for end usersTermen die geschikt zijn voor opname in een definitielijst of glossary elders op de pagina of website, kan worden opgemaakt met het dfn (definition) element. Gemarkeerde definitietermen zijn vervolgens zichtbaar te maken door middel van CSS (Cascading Style Sheets).
dfn markup (HTML)U dient voor het einde van het jaar een <dfn>formulier 37E</dfn> ingevuld terug te sturen.
Gebruik het dfn (definition) element voor het aangeven van termen, elders gedefiniëerd in een definitielijst.
Richtlijn R-pd.3.7
Markup voor een definitielijst is te vinden bij Definitielijsten.
Als de informatie op een pagina aan regelmatige wijziging onderhevig is en het belangrijk is dat deze wijzigingen als zodanig zichtbaar zijn, gebruik dan het ins (insert) element voor toevoegingen en het del (deletion) element voor verwijderingen. Indien van toepassing, kan op deze markup het datetime attribuut worden toegepast om bijvoorbeeld zoek-spiders een indicatie te geven van de datum van wijziging. Voor een bezoeker blijft het natuurlijk essentieel dat zo'n wijzigingsdatum niet in de code verborgen blijft; neem deze daarom minstens ook op in het title attribuut.
Voor de uitvoering van dit project is <del>Bouwgroep Zaanstra</del> <ins datetime="2004-05-18T12:26:00+01:00">Siemens Bouw</ins> aangetrokken. (Gewijzigd op 18 mei 2004)
De waarde in het datetime attribuut heeft het volgende formaat: YYYY-MM-DDThh:mm:ssTZD, waarin de T de scheiding vormt tussen datum en tijd en TZD staat voor Time Zone Designator. In het geval van Nederland is deze tijdscode +01:00.
Gebruik het ins (insertion) en del (deletion) element voor het aangeven van regelmatige wijzigingen in de inhoud van een pagina.
Richtlijn R-pd.3.8
Superscript en subscript zijn letterstijlen waarbij de tekst respectievelijk boven en onder de regellijn staat. Het gebruik van markup als het sup (superscript) element en sub (subscript) element is vergelijkbaar met het gebruik van het i (italics) element voor nadruk.
Gebruik van sup en sub markup dient waar mogelijk vermeden te worden. Superscript en subscript zijn vaak zichtbaar in wiskundige en scheikundige notaties , maar komen ook voor bij referenties naar voetnoten, de notatie van vierkante of kubieke meters en afgekorte telwoorden. Gebruik in het geval van een referentie naar een voetnoot echter de volgende (beschrijvende) markup.
Volgens het rapport Willemse<a href="#noot1" class="voetnoot">1</a>, is het somber gesteld met de Friese economie.
Via CSS is vervolgens de weergave van deze notatie te wijzigen in een superscript 1.
Voor een superscript 2 en 3 – in bijvoorbeeld de notatie voor vierkante of kubieke meters – zijn (toetsenbord-)karakters beschikbaar. Gebruik deze karakters, in plaats van HTML markup.
De Windows toetscombinaties voor superscript 2 en 3 zijn respectievelijk ALT-0178 en ALT-0179. De overeenkomstige HTML karakterreferenties zijn ² (²) en ³ (³).
In het geval van afgekorte telwoorden, bijvoorbeeld ‘eerste’ en ‘tweede’, schrijf deze zoveel mogelijk voluit. In het geval dat er toch de afgekorte variant wordt gebruikt – onontkoombaar voor grote getallen –gebruik dan sup markup:
sup markup onontkoombaar is (HTML)Dit evenement vond voor de 27<sup>e</sup> keer plaats.
Vermijd het gebruik van het sup (superscript) en sub (subscript) element waar mogelijk.
Richtlijn R-pd.3.9