Permanente, unieke URL’s: Methodes van automatische doorverwijzing

Een veelgebruikte methode om bezoekers van een oude locatie door te sturen naar de nieuwe is het plaatsen van een (script-)bestand op de oorspronkelijke locatie dat ervoor zorgt dat de bezoeker wordt doorverwezen. Deze pagina’s kunnen gebruik maken van de volgende technieken.

HTTP-headers

Browser en webserver communiceren met elkaar volgens het HTTP-protocol. De browser stuurt in een zogenaamde HTTP-header een verzoek om een pagina. De webserver ontvangt deze en reageert vervolgens met een serie eigen headers, bijvoorbeeld HTTP/1.0 200 OK (wanneer de URL klopt), maar ook HTTP/1.0 404 Not Found (wanneer de pagina niet bestaat). Daarna verzoekt de browser om een eventuele volgende actie, bijvoorbeeld de desbetreffende pagina volledig downloaden en deze tonen in het venster.

Een manier waarop de server kan reageren om de browser door te verwijzen naar een nieuwe locatie, is HTTP/1.0 301 Moved en meteen daarna Location: http://nieuwelocatie. De browser weet waar hij aan toe is, past eventueel de Favorieten aan en probeert het vervolgens opnieuw op de voorgestelde URL.

Deze HTTP-headers kunnen verstuurd worden door middel van lokale serverconfiguraties in een directory, bijvoorbeeld door het plaatsen van een .htaccess bestand (Apache webserver), of door het plaatsen van een bestand met server-side script, bijvoorbeeld PHP.

De voordelen van HTTP-headers zijn de volgende.

  • Het is niet noodzakelijk een pagina of script te downloaden voor de doorverwijzing zorgt. De doorverwijzing vindt op de server plaats.
  • Het gebruik van de Terug (back)-knop van de browser wordt niet verstoord.
  • HTTP-headers worden door alle browsers en zoek-spiders ondersteund.
  • De eenvoudige implementatie in server-side scripts.

Een eventueel nadeel is dat toegang tot de (sub-)configuratie van de webserver een vereiste is en dat de webontwikkelaar moet beschikken over kennis moet van server-side scripts.

Automatische doorverwijzing dient, indien mogelijk, uitgevoerd te worden door de server.

Richtlijn R-pd.4.5

Meta-refresh-verwijzing

Deze methode is gebaseerd op de aanwezigheid van een HTML-element in de broncode van een pagina. De browser downloadt deze pagina van de opgevraagde locatie. Indien deze het HTML-element herkent, stuurt de browser de bezoeker door naar het nieuwe adres, aanwezig in het meta element. Dit element heeft de volgende vorm:

Voorbeeld van een meta element voor doorverwijzing (HTML)

<meta http-equiv="refresh" content="0; http://nieuwelocatie">

Het voordeel van deze methode is dat de webontwikkelaar zich niet bezig hoeft te houden met serverconfiguratie of server-side scripts. De beperking van de mogelijkheden van de webontwikkelaar is dus het belangrijkste argument. De nadelen zijn de volgende.

  • De browser moet de pagina met dit HTML-element eerst downloaden en weergeven. Dit kan onwenselijke visuele effecten veroorzaken.
  • Het gebruik van de Terug (back)-knop wordt belemmerd doordat de doorverwijzende pagina nu in de surfhistorie van de bezoeker voorkomt. Terugkeren naar deze pagina leidt opnieuw tot automatische doorverwijzing.
  • De ondersteuning is beperkter vanwege de grote verscheidenheid aan browsers en de weigering van sommige zoek-spiders om deze verwijzingen te volgen.
  • Vanwege het vorige bezwaar, moet er altijd een link in de HTML worden opgenomen die de bezoeker kan volgen als noodoplossing.

Een derde methode, doorverwijzing via client-side script, heeft dezelfde karakteristieken als de meta-refresh-methode, maar is afhankelijk van optionele technologie. Bovendien doen de meeste zoek-spiders er niets mee. Om deze reden is het gebruik van automatische doorverwijzing via client-side script in de meeste gevallen af te raden.


 Webrichtlijnen versie 1.3, november 2007.