R-pd.15.6
Specificeer de basistaal van een pagina in de markup.
De basistaal van een pagina
Webontwikkelaars moeten de basistaal van een pagina specificeren in de markup. Meestal zal dit Nederlands zijn. Dit hoeft maar één keer op een pagina te gebeuren, in de <html> tag, door middel van het lang attribuut.
Uitleg van deze richtlijn
De code die aan het lang attribuut wordt meegegeven is een twee- en soms drieletterige taalcode volgens de ISO 639 Language Codes specificatie. Gebruik bij voorkeur de tweeletterige codes (ISO 639-1). Deze codes staan voor moderne, gesproken talen. De drieletterige codes (ISO 639-2) zijn bibliografische taalcodes en veel van hen betreffen klassieke talen. Gebruik deze wanneer er geen tweeletterige taalcode uit ISO 639-1 voorhanden is.
Het lang attribuut wordt in toekomstige versies van XHTML vervangen door het xml:lang attribuut. In XHTML 1.0 is het lang attribuut nog aanwezig voor uitwisselbaarheid met systemen die geen XHTML begrijpen. XHTML heeft echter een eigen attribuut voor taalvariaties beschikbaar: xml:lang. Voor uitwisselbaarheid met browsers die geen XHTML begrijpen, moeten beide attributen met dezelfde waarde worden gebruikt. Zie ook Paginastructuur.
Voorbeelden
In HTML
<html lang="nl">
In XHTML
<html lang="nl" xml:lang="nl" ...>
“Use both the lang and xml:lang attributes when specifying the language of an element. The value of the xml:lang attribute takes precedence.”
‘The lang and xml:lang Attributes’, W3C XHTML specificatie, Appendix C
Voordelen van het specificeren van de basistaal van de pagina
-
Schermleesprogramma’s kunnen hun uitspraak aanpassen op de gespecificeerde taal.
Wanneer deze taal niet gespecificeerd staat, zal het programma moeten raden. Anders zal deze de gebruiker om ingrijpen verzoeken. -
Zoek-spiders kunnen aan de markup aflezen in welke taal de inhoud op een pagina is geschreven.
Zoekmachines kunnen hun bezoekers de zoekresultaten laten filteren op de taal van hun voorkeur. Zoekmachines zijn wel in staat om te raden naar de taal op de pagina als de markup dit niet aangeeft (domeinnaam, woorden in de inhoud), maar dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat Nederlandstalige pagina’s die aangemerkt worden als Duitstalig. -
Browsers en andere programma’s kunnen spellingcontrole en vertalingen gemakkelijker uitvoeren.
Gerelateerde richtlijnen
- R-pd.15.1: Het maken van een taalkeuze dient voor de bezoeker mogelijk te zijn op iedere pagina in de site.
- R-pd.15.2: Links voor taalkeuze dienen op een duidelijke en consistente plaats in de navigatie van de site te staan.
- R-pd.15.3: Gebruik voluit geschreven (tekstuele) links naar de taalvarianten.
- R-pd.15.4: Schrijf links naar taalvarianten in hun corresponderende taal.
- R-pd.15.5: Gebruik geen associaties met nationaliteiten voor taalkeuze.
- R-pd.15.7: Geef in de markup taalvariaties in de inhoud van pagina's aan.
Bijbehorende ijkpunten normdocument
- IJkpunt 4.3: Geef de voornaamste natuurlijke taal van een document aan.
