R-pd.2.9
Bouw een website volgens de richtlijnen van de Web Content Accessibility Guidelines (WCAG 1.0) van het W3C.
Web Content Accessibility Guidelines (WCAG)
Toegankelijkheid wordt algemeen gezien als een randvoorwaarde voor informatievoorziening en dienstverlening via websites. Een bedrijf of organisatie mag, door de toepassing van internettechnieken, niemand op voorhand uitsluiten van toegang tot informatie en diensten.
Uitleg van deze richtlijn
Het World Wide Web Consortium (W3C) heeft in 1999 een specificatie gepubliceerd voor de toegankelijkheid van websites, de Web Content Accessibility Guidelines, afgekort WCAG. Deze specificatie, met name de prioriteit 1 en 2 ijkpunten van WCAG 1.0, wordt wereldwijd toegepast als de norm voor de toegankelijkheid van websites.
Waarmerk drempelvrij.nl
Ook het Waarmerk drempelvrij.nl, een kwaliteitsmerk waarmee toegankelijke websites in Nederland worden aangeduid, is gebaseerd op WCAG. Het waarmerk is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, om te voorkomen dat er een digitale kloof ontstaat tussen mensen zonder en met een functiebeperking (gehandicapten, senioren).
Het belangrijkste instrument van het Waarmerk drempelvrij.nl is een toets waarmee wordt vastgesteld of een website voldoet aan de minimale eisen voor toegankelijkheid, zoals gespecificeerd in WCAG. Deze eisen staan bekend als de prioriteit 1 ijkpunten van WCAG 1.0.
Als door middel van een strikt genormeerde toets is vastgesteld dat een website voldoet aan de eisen mag deze site het waarmerk voeren: een groen logo.
Overzicht prioriteit 1 en prioriteit 2 ijkpunten van WCAG 1.0
In onderstaande lijst vindt u een overzicht van de prioriteit 1 en 2 ijkpunten van het WCAG 1.0.
De ijkpunten 12.1 en 12.2 in onderstaande lijst hebben betrekking op de toepassing van frames. In de Webrichtlijnen is gebruik van frames niet toegestaan; in de context van de Webrichtlijnen hebben beide ijkpunten daarom geen functie meer. Dit levert overigens geen compatibiliteitsprobleem op. Omwille van de volledigheid zijn beide ijkpunten wel in het overzicht opgenomen.
| nr. | Algemeen [prioriteit 1] |
|---|---|
| 1.1 |
Lever een tekstequivalent voor elk niet-tekstueel element (bijvoorbeeld via “alt”, “longdesc” of in element-content). Dit omvat: afbeeldingen, grafische representaties van tekst (met inbegrip van symbolen), image maps, animaties (bijvoorbeeld GIF-animaties), applets en programma-objecten, ascii-kunst, frames, scripts, afbeeldingen voor bullets, spacers, grafische knoppen, geluiden (met of zonder gebruikersinteractie gespeeld), afzonderlijke geluidsbestanden, geluidssporen van video en video zelf. (meer uitleg over ijkpunt 1.1...) |
| 2.1 | Zorg ervoor dat alle informatie die met behulp van kleur wordt overgebracht ook beschikbaar is zonder kleur, bijvoorbeeld uit de context of uit de opmaak. (meer uitleg over ijkpunt 2.1...) |
| 4.1 | Geef duidelijk veranderingen aan in de natuurlijke taal van de documenttekst en van alle tekstequivalenten (bijvoorbeeld onderschriften). (meer uitleg over ijkpunt 4.1...) |
| 6.1 | Organiseer documenten zo dat ze zonder style sheets gelezen kunnen worden. Als bijvoorbeeld een HTML-document wordt weergegeven zonder bijbehorende style sheets, moet het nog steeds mogelijk zijn om het document te lezen. (meer uitleg over ijkpunt 6.1...) |
| 6.2 | Zorg ervoor dat equivalenten voor dynamische content worden geactualiseerd, als de dynamische content verandert. (meer uitleg over ijkpunt 6.2...) |
| 7.1 | Geef het scherm geen gelegenheid om te flikkeren totdat user agents gebruikers in staat stellen flikkering te sturen. (meer uitleg over ijkpunt 7.1...) |
| 14.1 | Gebruik de duidelijkste en eenvoudigste taal die zich leent voor de content van een site. (meer uitleg over ijkpunt 14.1...) |
| nr. | Bij gebruik van 'image maps' [prioriteit 1] |
| 1.2 | Lever tekstlinks voor ieder actief gebied van een server-side image map. (meer uitleg over ijkpunt 1.2...) |
| 9.1 | Lever client-side image maps in plaats van server-side image maps behalve waar de gebieden niet kunnen worden gedefinieerd met behulp van een beschikbaar geometrisch model. (meer uitleg over ijkpunt 9.1...) |
| nr. | Bij gebruik van datatabellen [prioriteit 1] |
| 5.1 | Geef voor tabellen met data de rij- en kolom-headers aan. (meer uitleg over ijkpunt 5.1...) |
| 5.2 | Gebruik voor datatabellen met twee of meer logische niveaus van rij- of kolomheaders opmaak om data- en headercellen te associëren. (meer uitleg over ijkpunt 5.2...) |
| nr. | Bij gebruik van frames [prioriteit 1] |
| 12.1 | Geef elk frame een titel, zodat je identificatie en navigatie van een frame vergemakkelijkt. (meer uitleg over ijkpunt 12.1...) |
| nr. | Bij gebruik van (Java- en VB-)script en/of applets [prioriteit 1] |
| 6.3 | Zorg ervoor dat pagina's bruikbaar zijn, als scripts, applets of andere programma-objects uitstaan of niet worden ondersteund. Als dit niet mogelijk is, lever dan equivalente informatie op een alternatieve toegankelijke pagina. (meer uitleg over ijkpunt 6.3...) |
| nr. | Bij gebruik van multimedia (audio, video, animatie) [prioriteit 1] |
| 1.3 | Totdat user agents automatisch de tekst van een beeldspoor hardop kunnen voorlezen kan je een auditieve beschrijving geven van de belangrijke informatie van het beeldspoor van een multimediapresentatie. (meer uitleg over ijkpunt 1.3...) |
| 1.4 | Voor iedere tijdgerelateerde multimediapresentatie, bijvoorbeeld een (animatie)film, kan je equivalente alternatieven synchroniseren (bijvoorbeeld onderschriften of auditieve beschrijvingen van het beeldspoor) met de presentatie. (meer uitleg over ijkpunt 1.4...) |
| nr. | Als het niet lukt om een pagina toegankelijk te maken [prioriteit 1] |
| 11.4 | Als je ondanks alle inspanningen geen toegankelijke pagina kan creëren, lever dan een link naar een alternatieve pagina die W3C-technologieën gebruikt, toegankelijk is, equivalente informatie (of functionaliteit) heeft en even vaak wordt geactualiseerd als de ontoegankelijke (oorspronkelijke) pagina. (meer uitleg over ijkpunt 11.4...) |
| nr. | Algemeen [Prioriteit 2] |
| 2.2 | Zorg ervoor dat combinaties van voorgrond- en achtergrondkleur voldoende contrast geven, als ze gezien worden door iemand met kleurenblindheid of als ze op een zwart-wit beeldscherm zijn te zien. [Prioriteit 2 voor afbeeldingen, Prioriteit 3 voor tekst]. |
| 3.1 | Als er een geschikte opmaaktaal bestaat, gebruik dan liever opmaak dan afbeeldingen om informatie over te brengen. |
| 3.2 | Creëer documenten die zich conformeren aan een gepubliceerde formele grammatica. |
| 3.3 | Gebruik style sheets om de lay-out en de presentatie te sturen. |
| 3.4 | Gebruik liever relatieve eenheden dan absolute eenheden als je in markuptalen waarden toekent aan attributen en eigenschappen in style sheets. |
| 3.5 | Gebruik headerelemenen om de documentstructuur over te brengen en gebruik ze volgens de specificatie. |
| 3.6 | Maak lijsten en lijstelementen op de juiste manier op. |
| 3.7 | Opmaak citaten. Gebruik het citaat-element niet om formatteringseffecten te bereiken, zoals inspringen. |
| 6.5 | Zorg ervoor dat dynamische content toegankelijk is of lever een alternative presentatie of pagina. |
| 7.2 | Laat de content niet knipperen (i.e. verander de presentatie in een regelmatig tempo, zoals aan- en uitzetten) totdat user agents gebruikers in staat stellen het knipperen te sturen. |
| 7.4 | Creëer geen periodiek zelfverversende pagina's totdat user agents de mogelijkheid bieden die zelfverversing te stoppen. |
| 7.5 | Gebruik geen opmaak om pagina's automatisch te redirecten totdat user agents de mogelijkheid leveren om auto-redirect te stoppen. Configureer in plaats daarvan de server om redirects uit te voeren. |
| 10.1 | Totdat user agents gebruikers toestaan om het ongewild openen van nieuwe vensters uit te zetten, is het beter om geen pop-ups of andere vensters te laten verschijnen en het actuele venster niet te veranderen zonder de gebruiker daarover te informeren. |
| 11.1 | Gebruik W3C-technologieën als ze beschikbaar zijn en geschikt voor een klus en gebruik de jongste versies als ze ondersteund worden. |
| 11.2 | Vermijd afgekeurde eigenschappen van W3C-technologieën. |
| 12.3 | Verdeel grote blokken informatie onder in meer beheersbare groepen, waar dit natuurlijk en juist is. |
| 13.1 | Identificeer duidelijk het doel van elke link. |
| 13.2 | Lever metadata om semantische informatie toe te voegen aan pagina's en sites. |
| 13.3 | Geef informatie over de algemene lay-out van een site (bijvoorbeeld een site map of een inhoudsopgave). |
| 13.4 | Gebruik navigatiemechanismen op een consistente wijze. |
| nr. | En als je tabellen gebruikt [Prioriteit 2] |
| 5.3 | Gebruik geen tabellen voor lay-out, tenzij de tabel ook zinvol is bij linearisering. Lever anders, als de tabel geen betekenis heeft een gelijkwaardig alternatief (bijvoorbeeld een gelineariseerde versie). |
| 5.4 | Als een tabel wordt gebruikt voor lay-out, gebruik dan geen structurele opmaak om visueel te formatteren. |
| nr. | En als je frames gebruikt [Prioriteit 2] |
| 12.2 | Beschrijf het doel van frames en hoe frames met elkaar te maken hebben, als het niet uit frametitels alleen blijkt. |
| nr. | En als je formulieren gebruikt [Prioriteit 2] |
| 10.2 | Totdat user agents expliciete associaties tussen labels en formulierelementen ondersteunen, is het verstandig om bij alle formulierelementen met impliciet geassocieerde labels ervoor te zorgen dat de label netjes is gepositioneerd. |
| 12.4 | Associeer labels expliciet met hun besturingsmechanismen. |
| nr. | En als je applets en scripts gebruikt [Prioriteit 2] |
| 6.4 | Zorg er in het geval van scripts en applets voor dat event handlers onafhankelijk zijn van het invoerapparaat. |
| 7.3 | Vermijd beweging in pagina's totdat user agents gebruikers in staat stellen bewegende content te bevriezen. |
| 8.1 | Maak programma-elementen als scripts en applets direct toegankelijk of compatibel met hulptechnologieën [Prioriteit 1 als functionaliteit belangrijk is en niet elders gepresenteerd, anders Prioriteit 2.] |
| 9.2 | Zorg ervoor dat elk element dat zijn eigen interface heeft aangestuurd kan worden op een apparaatonafhankelijke manier. |
| 9.3 | Specificeer voor scripts liever logische event handlers dan apparaatafhankelijke event handlers. |
